Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.
1.6 In de onderhavige procedure richten de bezwaren van ICH zich met name op 1) de totstandkoming van de zogenaamde Belmarkenlening en de bevoorrechte positie die UGC tengevolge van die lening in het reorganisatieplan heeft gekregen en 2) het feit dat de zogenaamde beneficial holders van in de VS uitgegeven obligatieleningen mochten stemmen over het akkoord. Deze beneficial holders zijn volgens ICH geen juridische doch slechts economische eigenaars van de betreffende vorderingen. Uiteindelijk gaat het om de vraag of deze bezwaren gegrond zijn en een beroep rechtvaardigen op één van de imperatieve weigeringsgronden van art. 272 lid 2 sub 3 Fw (dat de rechtbank homologatie moet weigeren, onder andere, indien het akkoord door begunstiging van één of meer schuldeisers tot stand is gekomen) of op de facultatieve weigeringsgrond van art. 272 lid 3 Fw (dat de rechtbank de homologatie ook op andere gronden en zonodig ambtshalve kan weigeren).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 9825 tot 10790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec | shasum -a 256