Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.

2.7 Bij op 3 december 2002 bij de rechtbank in Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft UPC tevens voorlopige verlening van surséance van betaling verzocht. Tegelijkertijd heeft UPC een ontwerp accoord ingediend bij de griffie van de rechtbank. In haar verzoekschrift heeft UPC voorts verzocht de in art. 218 Fw bedoelde behandeling (m.b.t. de verlening van definitieve surséance) achterwege te laten en in plaats daarvan op 28 februari 2003 over te gaan tot raadpleging over en stemming op het accoord. Verder heeft UPC in haar verzoekschrift verzocht te bepalen dat alleen de zogenaamde beneficial holders van de door UPC uitgegeven obligatieleningen op de voting record date, zoals die zou worden vastgesteld door de Amerikaanse rechter in de Chapter-11 procedure,(10) bevoegd zouden zijn hun vordering in te dienen bij de bewindvoerder en te stemmen tijdens de crediteurenvergadering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 17515 tot 18419.