Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.

3.8 Subonderdeel 1.2 betoogt dat het hof heeft miskend dat, gegeven het gemotiveerde en gedocumenteerde betoog van ICH dat Liberty niet zonder medewerking van UGC en UPC de kapitaalinjectie waaruit UGC aan haar kapitaalstortingsplicht jegens UPC moest voldoen kon weigeren, en gegeven het feit dat UPC over de relevante informatie beschikt, zwaardere eisen had moeten stellen aan de motivering van de betwisting van deze stelling van ICH. De betwisting door UPC, inhoudende dat de verplichting van UGC om deel te nemen in het kapitaal van UPC afhankelijk was van vijf voorwaarden, waarvan de belangrijkste was dat Liberty daadwerkelijk USD 1 miljard kapitaalinjectie in UGC zou uitvoeren en dat deze voorwaarde niet in vervulling is gegaan omdat de verplichting van Liberty op haar beurt afhankelijk was van een aantal voorwaarden en Liberty en UGC geen overeenstemming bereikten over de kapitaalinjectie, had het hof volgens ICH als onvoldoende gemotiveerd terzijde moeten stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 32075 tot 33070.