Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.

3.15 De klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Rov. 4.8 moet m.i. als volgt worden begrepen. Uit het feit dat niet is gebleken dat UPC of Belmarken Holding tegenover Liberty (of UGC) aanspraak kon maken op het verstrekken van een geldlening zonder zekerheden bezien in samenhang met artikel 8.1.1. (l) van de Belmarkenlening, waarin wordt verwezen naar zekerheden, heeft het hof afgeleid dat partijen waren overeengekomen dat zekerheden zouden worden gesteld en dat dus niet is gebleken dat UPC en Belmarken Holding in het kader van de Belmarkenlening onverplicht zekerheden hebben gesteld.(31) Dit oordeel van het hof is gebaseerd op uitleg van de gedingstukken en dus van feitelijke aard. Het oordeel is bovendien voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. In dit verband acht ik van belang dat het hof in rov. 4.6 zonder schending van enige rechtsregel heeft overwogen dat niet is gebleken dat UGC tegenover UPC tot kapitaalverschaffing gehouden was. Nu ICH zich met betrekking tot haar stelling dat de zekerheden onverplicht zijn gesteld voornamelijk heeft gebaseerd op de uitleg van art. 8.1.1. van de Belmarkenlening behoefde 's hofs oordeel geen nadere motivering. Op dit een en ander loopt middelonderdeel 2 in zijn geheel vast.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 39311 tot 40575.