Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.
3.18 Subonderdeel 3.1 betoogt dat het hof de aard en strekking van de aan Liberty verstrekte (en later aan UGC overgedragen) zekerheden heeft miskend. Gezien de verpanding van de aandelen in UPC Internet Holding, Belmarken Holding en UPC Holding aan Liberty, het optreden van UPC als mede-leningnemer onder de Belmarkenlening en het achterstellen door UPC van haar intercompany vordering op Belmarken Holding bij de vordering van Liberty was volgens dit subonderdeel geen andere conclusie mogelijk geweest dan dat de crediteuren van UPC er door de Belmarkenlening - als vervanging van de Bridge Loan - wel op achteruit zijn gegaan. Door tot een tegenovergestelde opvatting te komen heeft het hof zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd, aldus subonderdeel 3.1.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 42736 tot 43506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec | shasum -a 256