Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0369.

Het oordeel van het hof dat de crediteuren er niet op zijn achteruitgegaan ten opzichte van de situatie onder de Bridge Loan berust op een feitelijke weging van verschillende factoren. Het oordeel is niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het hof heeft drie aspecten van de Belmarkenlening genoemd die voor de crediteuren gunstig zijn in vergelijking met de situatie onder de Bridge Loan (het ter beschikking gekomen bedrag, de gunstiger rentebepalingen en de mogelijkheid van het converteren van de lening in aandelen) en heeft, kennelijk naar aanleiding van hetgeen ICH in dit verband heeft aangevoerd bij pleidooi,(33) gemotiveerd uiteengezet waarom de crediteuren er door de verpanding van de aandelen in vergelijking met de situatie onder de Bridge Loan niet op zijn achteruitgegaan. Zoals het hof aan het slot van rov. 4.9 heeft overwogen zijn van de zijde van ICH geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die omtrent het bovenstaande tot een ander oordeel nopen. Subonderdeel 3.1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5b33e127c35eefdf1991fb7141cf934052b5773bef033a8ce8de0e7a49cf20ec, en de alinea staat in dat document op bytes 43943 tot 44968.