Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003
Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0370.
7.13.1 In casu heeft het Hof - in cassatie niet bestreden - aangenomen dat sprake is van een ondoorzichtige situatie. PVK heeft zonder succes getracht daarvoor een oplossing te zoeken; zie onder 3.13 en 3.14. Bij die stand van zaken ligt m.i. in de rede dat een toezichthouder als PVK zwaar(der) geschut in stelling mag brengen. Of, anders gezegd, dat zij naar de wapenen van de artikelen 156 en 169 Wtv mag grijpen ten aanzien van al diegenen die de ondoorzichtigheid in het leven hebben geroepen en ten aanzien van wie voldoende aanwijzingen bestaan dat zij verzekeringsactiviteiten hebben ontplooid of ontplooien. Art. 1 lid 1 onder x Wtv - hoewel slechts een definitiebepaling - lijkt daarvoor een voldoende kapstok te bieden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c, en de alinea staat in dat document op bytes 33484 tot 34228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c | shasum -a 256