Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0370.

13 Mrs Snijders en Tjong Tjin Tai voeren - kort gezegd - aan dat de wetgever niet heeft bedoeld hetgeen de tekst van art. 156 lid 1 Wtv tot uitdrukking lijkt te brengen; s.t. onder 2.4. Voor hun betoog valt het nodige te zeggen; zie TK, zitting 1978-1979, 15612 nr 3 blz. 7/8. Beantwoording van de door het middel aangekaarte rechtsvraag kan het blijven rusten. Als mrs Snijders en Tjong Tjin Tai gelijk hebben dan stort het op de samenhang tussen de artikelen 156 en 169 Wtv gebaseerde betoog van HAA ineen. Dan is immers duidelijk dat de wetgever met de eis van een vergunning in art. 156 Wtv een - verklaarbare - vergissing heeft begaan. Dat inderdaad sprake is van een vergissing is zeker niet onaannemelijk; zie daarvoor Boshuizen, a.w. blz. 287 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c, en de alinea staat in dat document op bytes 39640 tot 40408.