Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0370.

4.5.2 Een tegengestelde opvatting zou tot moeilijk aanvaardbare consequenties en tot een niet te rechtvaardigen en nog minder aan betrokkenen uit te leggen rechtsongelijkheid leiden. Daarbij valt te bedenken dat bij de aanvrage van een faillissement van een verzekeraar mede een algemeen belang is gemoeid, zoals het Hof - in andere bewoordingen - terecht heeft overwogen. Wanneer wordt aanvaard dat een natuurlijke of rechtspersoon in staat van faillissement kan worden verklaard, terwijl bij gedegen feitenonderzoek (wellicht) zou zijn gebleken dat op hem geen vordering bestaat dan wel dat van pluraliteit van schuldeisers geen sprake is, ligt voor de hand dat ook relevante feiten ten aanzien van een verzekeraar wiens faillissement op de voet van art. 169 Wtv wordt aangevraagd niet onomstotelijk vast behoeven te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce3e3201eff4d776c0c120eb2ca031fd1551f6530faa3cafec94d2d1a331f01c, en de alinea staat in dat document op bytes 18689 tot 19527.