Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 121 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0411.

20 Zie art. 2, lid 1 en lid 3 Pensioen- en Spaarfondsenwet. Vanaf 1 januari 1995 bepaalt art. 11b Wet op de Loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) (later gewijzigd in: art. 19a Wet LB) welke lichamen als verzekeraar kunnen optreden. Voor wat betreft eigen beheer, verwijs ik naar art. 11b, lid 1 sub d (gewijzigd in: art. 19a lid 1 sub d) Wet LB en lid 2 juncto art. 2, lid 3, Pensioen- en Spaarfondsenwet. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op aanspraken die op 31 december 1994 al bestonden (art. 36 (oud) Wet LB). Zie Fiscale encyclopedie De Vakstudie, deel Vennootschapsbelasting, art. 8, aant. 178F, Inleiding. Voor wat betreft de toegelaten verzekeraars voor gefacilieerde lijfrenteverplichtingen, verwijs ik naar R.E.C.M. Niessen, Brede Herwaardering I en III, Gouda Quint, Arnhem, 1995, blz. 63 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422, en de alinea staat in dat document op bytes 56108 tot 56931.