Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0411.

3.4 De aanwezigheid van een bevoordelingsbedoeling wordt bepaald aan de hand van de feiten en omstandigheden. De bewijslast dat sprake is van een bevoordelingsbedoeling ligt in het algemeen bij de inspecteur. Deze kan alle bewijsmiddelen hanteren, inclusief vermoedens welke kunnen zijn gebaseerd op uiterlijke gedragingen en maatschappelijke opvattingen. A-G Van Soest wijst erop dat deze vermoedens ook kunnen worden ontleend aan het onzakelijke karakter van de gedane uitgaven.(7) Een bevoordeling(sbedoeling) is niet aanwezig indien een transactie tussen vennootschap en aandeelhouder tegen dezelfde prijs en condities wordt verricht als wanneer deze transactie met onafhankelijke derden zou zijn verricht.(8) J.G. Verseput schrijft hierover:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422, en de alinea staat in dat document op bytes 19396 tot 20155.