Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0411.

5.2 In het kader van het per 1 januari 1995 ingevoerde art. 9b Wet op de inkomstenbelasting 1964(16) (hierna: Wet IB 1964), dat bepaalde dat de waardering van pensioenverplichtingen en andere soortgelijke verplichtingen plaatsvindt met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, zijn in de literatuur de grondslagen beschreven waarop actuariële berekeningen in het algemeen berusten. Bij actuariële berekeningen worden doorgaans sterfte- en levenskansen, de zogenoemde rekenrente en de kosten verbonden aan het afsluiten, administreren, instandhouden en uitbetalen van een verzekering in acht genomen.(17) Stigter/Ploeg(18) onderscheiden de kosten van de verzekeringsmaatschappijen in eerste kosten die bij of kort na het sluiten van de overeenkomst worden gemaakt en doorlopende kosten. Onder de eerste kosten worden onder andere de afsluitprovisie, eventuele keuringskosten, en kosten van het uitschrijven van de polis gerekend. De zogenaamde incassokosten, verbonden aan incassering van de premies, en de administratiekosten vormen doorlopende kosten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422, en de alinea staat in dat document op bytes 23388 tot 24476.