Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0411.
9.2 In de onderhavige zaak heeft het Hof, anders dan het middelonderdeel wil, geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat sprake was van een uitdeling van winst. Het Hof heeft zijn oordeel dat belanghebbende en BB zich van de bevoordeling bewust waren, althans dat zij zich daarvan redelijkerwijs bewust hadden moeten zijn, voldoende gemotiveerd door te wijzen op de omstandigheden dat zowel belanghebbende als BB de overeenkomst van 24 december 1991 mede hebben ondertekend, dat in die overeenkomst de hoogte van de uitkeringen vóór en na de verhoging zijn opgenomen, dat de koopsom voor de hogere uitkeringen volledig ten laste van belanghebbende komt en dat uit niets blijkt dat de verhoging van de uitkeringen heeft plaatsgevonden op zakelijke grondslagen. Het middelonderdeel faalt derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422, en de alinea staat in dat document op bytes 45833 tot 46673.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/24202070849f78ee28af1c6f8cc5e898cc6f3b0df8460b6dd4e9698443b8a422 | shasum -a 256