Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 135 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0450.

6.10 Ik merk op dat het in casu, anders dan in de bij u aanhangige zaken met de nrs 37 651, 37 657 en 37 670, niet om fictieve inkomsten gaat, ook niet indien men de kwalificatie "vervreemdingsvoordeel" ingeval van inkoop van aandelen als een fictie aanmerkt. De belanghebbende heeft immers daadwerkelijk een voordeel in geld in handen gekregen, dat door de vennootschap aan hem is "betaald/ payé" (art. 10, lid 1), respectievelijk door/aan de belanghebbende is "verkregen/ provenu" (art. 13, leden 4 en 5). Het domein van het restartikel (art. 22) of het gebied buiten verdragsbereik wordt in casu dus niet betreden. De kwalificatiekeuze bestaat uitsluitend tussen de artt. 10 (dividenden) en 13 (vermogenswinsten).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6a81653d2b415a8112106f6df1836e7838a311f42b270324744f707c211d92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6a81653d2b415a8112106f6df1836e7838a311f42b270324744f707c211d92, en de alinea staat in dat document op bytes 47345 tot 48076.