Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0450.

6.20 Ik meen dat de Nederlandse kwalificatie van de inkoop tot vervreemdingsvoordeel niet als slechts een fictie gezien kan worden. Weliswaar vormen ingekochte aandelen in het algemeen geen reëel vermogensactief voor de vennootschap en is bij inkoop (dus) sprake van een vermogensverschuiving van de vennootschap naar de aandeelhouder, maar het fictieve gehalte van de kwalificatie tot vervreemdingswinst is niet erg hoog, nu immers feitelijk en materieel geheven wordt naar de maatstaf van het verschil tussen subjectieve verkrijgingsprijs en vervreemdingsprijs en de omvang van de winstreserves van de vennootschap voor die maatstaf niet ter zake doet. Evenmin acht ik van belang dat met de wetswijziging geen wijziging van de verdragskwalificatie is beoogd. Dat oogmerk is niet relevant (het gaat om het heffingsobject, en dat is wél veranderd) en behoort dat ook niet te zijn: de wil van slechts één van beide partijen om een overeenkomst al dan niet te wijzigen kan niet beslissend zijn voor de uitleg van die overeenkomst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6a81653d2b415a8112106f6df1836e7838a311f42b270324744f707c211d92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6a81653d2b415a8112106f6df1836e7838a311f42b270324744f707c211d92, en de alinea staat in dat document op bytes 58339 tot 59384.