Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0450.

4.6 HR 28 februari 2001, BNB 2001/295, met conclusie Wattel en noot Van Weeghel, ging over de heffing van dividendbelasting over een inkoop in 1992 door een naar Nederlands recht opgerichte, maar feitelijk op de Nederlandse Antillen gevestigde vennootschap ten gunste van een inwoner van België. Het hof oordeelde dat aan Nederland heffingsrecht toekwam op de voet van paragraaf 10, lid 2, onder 2, in samenhang met lid 3, van het (oude) Verdrag met België. U kwam aan de verdragskwalificatie niet toe omdat de inkopende vennootschap volgens u niet als inwoner van Nederland in de zin van het Verdrag met België kon worden aangemerkt. Ook uit dit arrest kan derhalve niet worden afgeleid welke voorrangsregel geldt bij samenloop van het vervreemdingswinstartikel en het dividendartikel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6a81653d2b415a8112106f6df1836e7838a311f42b270324744f707c211d92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6a81653d2b415a8112106f6df1836e7838a311f42b270324744f707c211d92, en de alinea staat in dat document op bytes 28295 tot 29097.