Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0806.
2.3. Art. 8:16 Awb bepaalt onder meer dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden en dat het, op een hier niet aan de orde zijnde uitzondering na, schriftelijk moet worden ingediend en gemotiveerd moet zijn. Nu, anders dan in burgerlijke gedingen, partijen niet in alle stadia van cassatie vertegenwoordigd dienen te zijn door een door hen aan te wijzen advocaat bij de Hoge Raad, staat de omstandigheid dat het onderhavige wrakingsverzoek niet door een dergelijke advocaat is ingediend op zichzelf niet aan de ontvankelijkheid van het verzoek in de weg. Gelet op art. 8:18, tweede lid, Awb is de gemachtigde van belanghebbende ook terecht in de gelegenheid gesteld het wrakingsverzoek zelf toe te lichten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536, en de alinea staat in dat document op bytes 9223 tot 9999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536 | shasum -a 256