Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0806.

2.7. Wraking is het middel dat partijen ten dienste staat om het hun ingevolge onder meer art. 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens toekomende recht op een onpartijdige rechter af te dwingen (vergelijk HR 30 november 1990, nr. 7859, na conclusie Ten Kate, NJ 1992, 94).(2) Uit de aard en het doel van art. 8:15 Awb volgt dat de wraking betrekking moet hebben op een of meer met name genoemde rechters en moet worden beargumenteerd met concrete, op de betrokken rechter of rechters toegespitste feiten en omstandigheden die zijn of hun onpartijdigheid schade zou kunnen doen lijden. In gelijke zin oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij zijn uitspraken van 9 oktober 1997, nr. E01.95.0026/W, Rawb 1998/89 en 25 januari 2002, 20 0106097/2, NJB 15 maart 2002, blz. 573.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536, en de alinea staat in dat document op bytes 11837 tot 12664.