Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0806.

2.9. Ten overvloede merk ik op dat belanghebbendes betoog dat hij zijn zaak zonder advocaat moet kunnen bepleiten bij de Hoge Raad geen hout snijdt. De in art. 29c AWR neergelegde regel dat een zaak slechts door een advocaat mag worden toegelicht is niet in strijd met art. 6 EVRM of het praktisch gelijkluidende art. 14 IVBPR, zoals belanghebbende meent. Dit kan worden afgeleid uit EHRM 9 oktober 1979, Serie A no. 32, Airy, par. 26; EHRM 24 november 1986, Serie A no. 109, Gillow, par. 69 en EHRM 27 augustus 1991, Serie A no. 209, Phils, par. 59.(4) In deze zaken is bepaald dat het bestaan van verplichte procesvertegenwoordiging niet strijdig is met het EVRM, mits ervoor wordt gezorgd dat de toegang tot de rechter gewaarborgd blijft. In fiscale zaken is de toegang tot de rechter in voldoende mate gewaarborgd reeds doordat het cassatieberoep- en verweerschrift en de conclusies van re- en dupliek in cassatie niet door een advocaat behoeven te worden ingediend. Nu geen sprake is van een schending van rechten en vrijheden die door het EVRM zijn geregeld, is toepassing van art. 13 EVRM in dit geval niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536, en de alinea staat in dat document op bytes 13736 tot 14876.