Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 augustus 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0806.

2 Opgemerkt zij dat art. 6 EVRM hier weliswaar rechtstreekse toepassing mist - het gaat immers om een WOZ-zaak -, maar zoals Ten Kate al betoogde in zijn conclusie voor HR 30 november 1990, komt te dezen toch belang toe aan de in het EVRM neergelegde normen: "32. De betekenis van het EVRM voor de uitleg van de wrakingsartikelen is in dit verband niet rechtstreeks. In een wrakingsprocedure zijn immers geen "civil rights'' de inzet. Vgl. EHRM 5 okt. 1987, nr. 12 057/86, p. 4, sub 2, 4e alinea; EHRM 23 juni 1981, Le Compte, Van Leuven en De Meyere, Series A, vol. 43, p. 21, nr. 47.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffd93b5d03f704de248d70ad7b413ea1d195ac43c2f4f73a3d3cf8e343030536, en de alinea staat in dat document op bytes 15720 tot 16318.