Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0827.

2.7 [Verweerder] c.s. zijn in hoger beroep verschenen en hebben de grieven bestreden. Ten aanzien van de vraag of [eiser] c.s. de koopovereenkomst terecht hebben ontbonden, hebben zij (naast hetgeen zij daaromtrent in eerste aanleg al naar voren hadden gebracht) bij memorie van antwoord nog aangevoerd dat dit reeds daarom niet het geval is, nu [eiser] c.s. hen niet overeenkomstig art. 7:23 BW binnen redelijke termijn over de geconstateerde gebreken hebben geïnformeerd. Zij zijn aldus niet de gelegenheid gesteld e.e.a. te bekijken en ook niet gesommeerd tot herstel of nakoming, aldus [verweerder] c.s., die in het verlengde daarvan nog uitdrukkelijk hebben aangevoerd dat [eiser] c.s. hen eerst ingebreke hadden moeten stellen, aangezien de bevoegdheid tot ontbinding eerst ontstaat indien de schuldenaar in verzuim is.(6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645, en de alinea staat in dat document op bytes 12628 tot 13471.