Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0827.

3.10 Het hof heeft in rov. 4.5 aan deze (essentiële) stellingen echter geen enkele kenbare overweging gewijd en zonder meer geoordeeld dat [eiser] c.s. niet bevoegd waren de overeenkomst te ontbinden omdat zij [verweerder] c.s. niet eerst ingebreke hebben gesteld. Daarmee heeft het hof onvoldoende inzicht gegeven in zijn gedachtengang. Voor zover het hof van oordeel was dat voor het intreden van het verzuim steeds een ingebrekestelling is vereist, heeft het blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover het hof de stellingen van [eiser] c.s. wel mocht hebben onderzocht, maar deze heeft verworpen, had het hof dit moeten motiveren. Weliswaar geldt als uitgangspunt dat de rechter in het kader van zijn motiveringsplicht niet is gehouden in te gaan op alle stellingen die eiser of gedaagde aan zijn vordering of verweer ten grondslag legt, doch stellingen die tot een andere uitkomst van het geding kunnen leiden (essentiële stellingen), mag hij echter niet onbehandeld laten of ongemotiveerd verwerpen.(17)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645, en de alinea staat in dat document op bytes 23519 tot 24559.