Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0827.
14 Aan de eis van ingebrekestelling gaat vooraf dat de prestatie opeisbaar is, zie art. 6:81 BW. Partijen en het hof hebben hieraan geen aandacht besteed en in cassatie wordt dit door [eiser] c.s. - begrijpelijk - niet aan de orde gesteld. Ik houd het er maar op dat met het aangaan van de sleutelovereenkomst de verbintenis van [verweerder] c.s. een onroerende zaak te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt en de verbintenis de zaak in het bezit van [eiser] c.s. te stellen, naar voren zijn gehaald, zodat deze verbintenissen reeds op 29 mei 1996 opeisbaar zijn geworden. Daarbij dient te worden bedacht dat deze verbintenissen dienen te worden onderscheiden van de op de verkoper rustende verbintenis de verkochte zaak in eigendom over te dragen. Zie art. 7:9 en 7:15 BW en Asser-Hijma 5-I, 2001, blz. 248, 265-271 en 290-295.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645, en de alinea staat in dat document op bytes 28922 tot 29772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef8ef96538dac6c337e8ecccaca33b2d7f9ac9c0badd516afddc125133afb645 | shasum -a 256