Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0828.

4.26 Ik onderken uiteraard dat de onder 4.22 - 4.25 ambtshalve besproken materie niet speelt wanneer zou worden aangenomen dat schade aan ter beredding ingezette zaken, die reeds waren beschadigd door een gedekt evenement, nimmer onder art. 283 K. zou vallen. Erkend kan worden dat dit de aantrekkelijke kant van die benadering is. Het onder 4.20 genoemde tegenargument weegt m.i. evenwel zwaarder. De rechtvaardiging van een oplossing waarin schade aan andere zaken wél, maar die aan de reeds beschadigde zaken niet onder art. 283 K. zou kúnnen vallen, is moeilijk te bedenken. Het zou leiden tot willekeur waarbij, als ik het goed zie, alleen de verzekeraar garen zou spinnen. Daarbij valt nog te bedenken dat het geenszins zo behoeft te zijn - zoals in het onderhavige geval - dat de verzekerde (in theorie) voor verhaal van de schade terug kan vallen op een derde.(32) Om een dergelijke willekeur te voorkomen moeten de inderdaad aanwezige complicaties van de hier verdedigde benadering m.i. op de koop worden toegenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e92c56b0fc8bd9dfaa678e49bc8ef20ace39ab25a07874c26b70f879fe3b570. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e92c56b0fc8bd9dfaa678e49bc8ef20ace39ab25a07874c26b70f879fe3b570, en de alinea staat in dat document op bytes 40381 tot 41421.