Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0829.

27. Hierbij verdient tevens overweging dat [eiser] niet heeft aangegeven dat het Ziekenhuis - of die medewerker - hem de mededeling heeft gedaan dat hij na afloop van de (volledige) wachtgeldperiode (zonder meer) aanspraak had op vrijwillige voortzetting van zijn pensioenopbouw. Een dergelijke concrete mededeling is uit de stellingen van [eiser] niet af te leiden. [eiser] verwijst in dit verband slechts naar een advies van de juridisch adviseur van het Ziekenhuis (...). In de bewuste brief is evenwel slechts te lezen dat het Ziekenhuis in 1994 mondeling heeft medegedeeld dat [eiser] 'naar alle waarschijnlijkheid zou kunnen toetreden tot de OBU als hij 60 jaar zou worden'. Die mededeling is niet geheel zonder voorbehoud. De inhoud van die mededeling is bovendien - mede gelet op het door [eiser] gestelde belang - onvoldoende concreet om zonder meer op af te mogen gaan. Zo is onvoldoende duidelijk dat de mededeling is gedaan met het oog op de specifieke situatie - zoals die zich uiteindelijk gerealiseerd heeft - dat [eiser] gedurende de gehele wachtgeldperiode werkloos zou blijven en dus niet op enige andere grond (...) zijn pensioenopbouw kon voortzetten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b558d770d06525e833e6c8e1030e8bd62b2bd53f579659ec73c709dffdcc827f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b558d770d06525e833e6c8e1030e8bd62b2bd53f579659ec73c709dffdcc827f, en de alinea staat in dat document op bytes 12515 tot 13699.