Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0829.
9) De vraag wanneer een dwaling die (mede) is ingegeven door onjuiste informatie die door de wederpartij werd verstrekt, niettemin voor rekening moet blijven van de partij die zich op de dwaling beroept, is een rechtsvraag. Maar de opsomming van factoren waarmee blijkens art. 6:228 lid 2 BW rekening moet worden gehouden geeft al aan, dat een desbetreffend oordeel vaak sterk zal worden beïnvloed door de waardering van de omstandigheden van het geval. Een dergelijk oordeel is maar in beperkte mate vatbaar voor toetsing in cassatie - namelijk alleen voorzover het zich niet wegens verwevenheid met waarderingen van feitelijke aard, aan verdere toetsing in cassatie onttrekt(6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b558d770d06525e833e6c8e1030e8bd62b2bd53f579659ec73c709dffdcc827f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b558d770d06525e833e6c8e1030e8bd62b2bd53f579659ec73c709dffdcc827f, en de alinea staat in dat document op bytes 17370 tot 18064.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b558d770d06525e833e6c8e1030e8bd62b2bd53f579659ec73c709dffdcc827f | shasum -a 256