Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0831.

7) In de in alinea 1 hiervóór aangehaalde beslissingen(8) heeft de Hoge Raad overwogen dat een partij op grond van het bepaalde in art. 144 Rv (oud) in beginsel het recht heeft om zijn standpunt bij pleidooi toe te lichten. Een verzoek om een zaak te mogen bepleiten zal slechts in zeer uitzonderlijke(9) gevallen mogen worden geweigerd. Daartoe is noodzakelijk dat van de zijde van de wederpartij tegen toewijzing van het verzoek klemmende redenen worden aangevoerd, bijvoorbeeld dat de procedure door het pleidooi op onaanvaardbare wijze zou worden vertraagd. De rechter kan het verzoek ook ambtshalve afwijzen, doch alleen op de grond dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde. In elk van beide hiervoor bedoelde gevallen zal de rechter zijn redenen voor de afwijzing van het verzoek uitdrukkelijk moeten vermelden en zijn beslissing daaromtrent deugdelijk moeten motiveren (HR 15 maart 1996, NJ 1997, 341, rov. 2.3, in de latere beslissingen telkens aangehaald).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f360cf1c6f7da0131a452e44b0ac65a93c0e9d1361049656a2ea7c3199b5c0ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f360cf1c6f7da0131a452e44b0ac65a93c0e9d1361049656a2ea7c3199b5c0ed, en de alinea staat in dat document op bytes 9411 tot 10438.