Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0865.
5) Ik gebruik daarbij de uitdrukking "ik ben bang". Dat doe ik omdat ik niet kan of wil verhelen dat het standpunt dat [eiser] in de feitelijke instanties heeft verdedigd bepaald de indruk wekt, dat het onaannemelijk is. Dan treft het onaangenaam, te moeten constateren dat er niettemin (louter) processuele redenen zijn waarom dat standpunt niet, op de wijze zoals dat in de appelinstantie is gebeurd, had mogen worden afgedaan. Als het zojuist uitgesproken vermoeden juist blijkt te zijn ligt in de rede dat er nog geruime tijd geprocedeerd zal (moeten) worden voordat de uitkomst die toch nu al met enige mate van waarschijnlijkheid valt te voorspellen, ook daadwerkelijk bereikt zal zijn - wat niet tot nut van de procespartijen is, en al helemaal niet tot nut van de samenleving als geheel en van de woningzoekenden in Zaandam in het bijzonder(2). Eerder gaf ik al aan dat het betreurenswaardig is te moeten constateren dat er drie jaar sedert het overlijden van [betrokkene 1] zijn voorbijgegaan, zonder dat deze kwestie is afgedaan. Dan is het des te onaangenamer, er rekening mee te moeten houden dat die termijn misschien nog wel eens zo lang kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f991149d3861f6ae748f65ed3bdaa1ed56e7901bfd7fd24c24e3e838ea693ad5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f991149d3861f6ae748f65ed3bdaa1ed56e7901bfd7fd24c24e3e838ea693ad5, en de alinea staat in dat document op bytes 7437 tot 8613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f991149d3861f6ae748f65ed3bdaa1ed56e7901bfd7fd24c24e3e838ea693ad5 | shasum -a 256