Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0865.
18) Mocht ik dit verkeerd zien, en mocht dit subonderdeel van de juiste uitleg van het bestreden vonnis uitgaan, dan lijkt mij nog dat deze klacht, op zichzelf beschouwd, niet gegrond is: ofschoon voor [eiser]'s bewijsaanbod voorzover het ging om tegenbewijs tegen op de voorhand door Saenwonen geleverd bewijs, inderdaad gold dat daaraan niet voorbij mocht worden gegaan op de grond dat het bewijsaanbod onvoldoende gespecificeerd was(10), mocht de Rechtbank daar wèl aan voorbij gaan op de grond dat [eiser] de stellingen van Saenwonen onvoldoende gemotiveerd had weersproken. Daarin ligt immers besloten dat er onvoldoende concrete feiten waren gesteld die voor bewijslevering in aanmerking komen - en aan die minimumeis moet ook dan voldaan zijn, als het gaat om een aanbod van tegenbewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f991149d3861f6ae748f65ed3bdaa1ed56e7901bfd7fd24c24e3e838ea693ad5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f991149d3861f6ae748f65ed3bdaa1ed56e7901bfd7fd24c24e3e838ea693ad5, en de alinea staat in dat document op bytes 19251 tot 20059.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f991149d3861f6ae748f65ed3bdaa1ed56e7901bfd7fd24c24e3e838ea693ad5 | shasum -a 256