Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0871.

10.7 Ik meen met de steller van de onderdelen dat de Rechtbank had moeten ingaan op de verhouding tussen vaste werknemers en uitzendkrachten en de vraag waarom vier vaste krachten moesten afvloeien. Ik meen voorts met de steller van de onderdelen dat de motivering "de korte termijn tussen onteigening en ontruiming," gezien het dossier, de conclusie niet kan dragen dat het ontslag van de vier vaste krachten het rechtsreekse en noodzakelijke gevolg van de onteigening was. Het oordeel van de Rechtbank is op deze punten mijns inziens onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccb21986121282147cf1ffafd2ae2c47304dd6ff88f39c63d345f075d706e206. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccb21986121282147cf1ffafd2ae2c47304dd6ff88f39c63d345f075d706e206, en de alinea staat in dat document op bytes 61453 tot 62027.