Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0894.

De rechtbank heeft evenwel, uitgaande van de gedachte dat er tussen het ziekenfonds en de laedens een schadevergoedingsverbintenis bestaat waarop art. 6:96 BW van toepassing is, geoordeeld dat het ziekenfonds recht heeft op de door hem gemaakte 'interne administratiekosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid'. Zo algemeen geformuleerd zijn dit echter niet kosten die de benadeelde van de laedens had kunnen vorderen. Men zie in dit verband de conclusie van A-G Spier (onder 4.23 e.v.) en de noot van Bloembergen onder HR 16 okt. 1998, NJ 1999, 196 (Amev/Staat), die erop wijzen dat de in dat arrest aan de Staat (als eigenaar van beschadigde auto's) krachtens art. 6:96 lid 2 onder b en c BW toegewezen vergoeding van (kort gezegd) administratiekosten niet zonder meer ook aan een particuliere benadeelde toekomt. Maar dan komen die kosten dus ook niet voor vergoeding krachtens (het rechtstreeks of analoog toegepaste) art. 6:96 aan de regresnemer in aanmerking, omdat zulks strijd zou opleveren met het beginsel dat de laedens niet slechter mag worden van de afwenteling van de schade op een verzekeraar; zie hiervóór onder 9 in fine.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353, en de alinea staat in dat document op bytes 27858 tot 29024.