Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0894.
1 Ik zal in het onderstaande terughoudend zijn met het citeren van literatuur. In de onderhavige materie is veel van de voorhanden literatuur om twee redenen niet een betrouwbare gids. In de eerste plaats werd tot het arrest van HR 5 dec. 1997, NJ 1998, 400 m.nt. JH veelal niet onderscheiden tussen de kosten bedoeld in art. 6:96 lid 2 onder b (de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, waar het in deze zaak over gaat) en die onder c (de buitengerechtelijke incassokosten). Bij de kosten van lid 2 onder b moet de hoofdvordering een schadevergoedingsvordering zijn, bij de kosten van lid 2 onder c niet. In de tweede plaats pleegt voor het antwoord op de vraag of op het verhaalsrecht bepalingen van schadevergoedingsrecht (waaronder art. 6:96) van toepassing zijn, de aard van de verhaalsvordering (wel of niet een schadevergoedingsvordering) beslissend te worden geacht. In het navolgende zal blijken dat ik die opvatting niet onderschrijf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353, en de alinea staat in dat document op bytes 31011 tot 31987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353 | shasum -a 256