Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI0894.

7 In dezelfde richting leidt de volgende gedachtegang. Beschouwt men de regresvordering van het ziekenfonds als een schadevergoedingsvordering, of past men daarop bepalingen van het civiele schadevergoedingsrecht analoog toe, dan komt via art. 6:102 (hoofdelijkheid) art. 6:10 leden 1 en 3 in beeld, bepalende dat het regresrecht van de hoofdelijke schuldenaar ook de door hem in redelijkheid gemaakte kosten omvat, tenzij deze slechts de schuldenaar persoonlijk betreffen. Over die kosten is nog weinig geschreven (zie Asser-Hartkamp 4-I (2000), nr. 118 en Van Boom, Hoofdelijke verbintenissen (1999), p. 144 e.v.; men denke aan kosten op de betaling gevallen, kosten van bewaring en aan in redelijkheid gemaakte proceskosten), maar het komt mij voor dat van interne administratiekosten, zonder welke een gewone bedrijfsvoering door de schuldenaar niet mogelijk is, gezegd kan worden dat zij hem persoonlijk betreffen. Ik voeg overigens terstond toe dat voor analogische toepasselijkheid van bepalingen inzake hoofdelijkheid m.i. in casu weinig ruimte zal bestaan, nu het hoofdkenmerk daarvan: beide schuldenaren zijn voor het geheel verbonden (art. 6:6 lid 2), hier blijkens art. 83a ZFW ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a9b80837c15483cf8ce8d2bdb5a688463e5b9900b8b121a212d8c2ccdbb75353, en de alinea staat in dat document op bytes 33876 tot 35089.