Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI1061.
De HR stelt [in NJ 1961, 166] de onteigening in "gewone gevallen'' (als bedoeld in de eerste titel van de Onteigeningswet), waarbij reeds voor de onteigening concrete en voor dadelijke uitvoering vatbare plannen bestaan, tegenover de onteigening in het belang van de volkshuisvesting als bedoeld in art. 77, onder 4e, Ow., waarbij zulke concrete plannen in het algemeen niet aanwezig zijn. De wetgever is zich van dit verschil bewust geweest en heeft de "gewone'' termijn van een jaar bij de onteigening in het belang van de volkshuisvesting gesteld op tien jaren. Uitdrukkelijk laat de HR in het midden, wat de wetgever van 1901 in laatstbedoeld geval mag hebben verstaan onder het "werk waartoe werd onteigend''. Aannemelijk is, aldus het arrest, dat ook voor dat geval die wetgever met de in art. 61 opgenomen woorden "... met het werk... een aanvang is gemaakt...'' heeft gedacht aan "materiële werkzaamheden op of aan de onteigende grond of het complex van gronden waartoe het onteigende behoort ...'' N.J. Polak schrijft in zijn noot (sub 1) samenvattend:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e962087e68cffa0fd312dc49aa92cd983e6b5601212a25560d28b21cdf8247f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e962087e68cffa0fd312dc49aa92cd983e6b5601212a25560d28b21cdf8247f6, en de alinea staat in dat document op bytes 26803 tot 27878.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e962087e68cffa0fd312dc49aa92cd983e6b5601212a25560d28b21cdf8247f6 | shasum -a 256