Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003
Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI1595.
9. Deze jurisprudentie sluit aan bij de rechtspraak over de geldigheid van de dagvaarding en het aanwezigheidsrecht: indien de verdachte in hoger beroep is verschenen en aldaar geen bezwaar heeft gemaakt tegen de onjuiste betekening van zijn dagvaarding in eerste aanleg, als gevolg waarvan hij in eerste aanleg niet is verschenen, kan de (on)geldigheid van die dagvaarding niet voor het eerst in cassatie worden opgeworpen. Vgl. HR 26 juni 1990, NJ 1991, 74. De gedachte achter deze rechtspraak is vanuit een oogpunt van proceseconomie volstrekt begrijpelijk: als de verdachte zich in zijn belangen geschaad acht, omdat hij in eerste aanleg zelf niet aanwezig heeft kunnen zijn dan wel omdat hij niet werd bijgestaan door een raadsman, dan zal hij daarover bij de eerst mogelijke gelegenheid zijn beklag moeten doen. Vgl. Van Dorst, Cassatie in strafzaken, 4e, p. 160.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a, en de alinea staat in dat document op bytes 11031 tot 11914.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a | shasum -a 256