Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI1595.
10. Een zelfde lijn wordt gevolgd in de 51 Sv-jurisprudentie: schending van de wettelijke plicht om de raadsman een afschrift van de dagvaarding te doen toekomen, behoeft niet in alle gevallen tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting te leiden. Ik wijs bijvoorbeeld op HR 10 maart 1998, NJ 1998, 746 (m.nt. JdH), waarin door mijn ambtgenoot mr Machielse ambtshalve de onverklaarbare afwezigheid van de raadsman in hoger beroep aan de orde werd gesteld. Het hof had zijns inziens nader onderzoek moeten doen naar de naleving van art. 51 Sv. Uit de omstandigheid dat de raadsman in cassatie ook als raadsman in hoger beroep was opgetreden en deze in cassatie niet had geklaagd over schending van art. 51 Sv, leidde de Hoge Raad evenwel af dat het hof terecht ervan was uitgegaan dat de raadsman een afschrift van de dagvaarding had ontvangen en op de hoogte was van de rechtsdag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a, en de alinea staat in dat document op bytes 11934 tot 12835.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a | shasum -a 256