Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI1595.

12. Overigens vraag ik mij nog af of het, los van de wettelijke plicht voor de rechtbank om in een geval als het onderhavige aan een verdachte een raadsman toe te voegen, niet op de weg van verzoeker had gelegen om, toen hij bemerkte dat sinds de eerste zitting nog geen advocaat contact met hem had opgenomen over deze strafzaak, op de nadere terechtzitting te verschijnen en daar (nogmaals) het ontbreken van rechtsbijstand aan de orde te stellen. Door af te zien van verschijning op de nadere terechtzitting zonder dat hij sinds de eerste zitting over deze zaak contact had gehad met een advocaat, heeft verzoeker in ieder geval zijn zaak weinig goeds gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 14ac0b4893a9f95a037638419bddb026b4038e4a50551ff552327678410ca67a, en de alinea staat in dat document op bytes 13099 tot 13774.