Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 september 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AI6110.

(a) Voorop dient te staan dat de mogelijkheid van de failliet om in rechte op te treden, door het faillissement op zich zelf niet wordt aangetast. Door het faillissement krijgen echter derden (de schuldeisers) een belang bij de uitkomst van een aanhangige procedure, aangezien een beslissing ten nadele van de failliet tot aantasting van hun verhaalspositie kan leiden. Voor zover het gaat om procedures die van invloed kunnen zijn op de omvang van de boedel, is het dan ook gerechtvaardigd dat de gefailleerde de bevoegdheid verliest de boedel te binden en dat een beslissing daarover aan de curator toekomt. Daarnaast beoogt art. 27 Fw de wederpartij bescherming te bieden tegen onverhaalbare proceskostenveroordelingen.(20) Aan de regeling van art. 27 Fw lijkt mij daarom afweging ten grondslag te liggen van de belangen van de failliet enerzijds en de belangen van de schuldeisers en wederpartij anderzijds, waarbij laatstgenoemde belangen wegens de insolventie van de failliet voor de wetgever zwaarder hebben gewogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e608d8996c43bbac851545fe3fcf4f950d393f5457e6a1a503e2ea86ce73b16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e608d8996c43bbac851545fe3fcf4f950d393f5457e6a1a503e2ea86ce73b16, en de alinea staat in dat document op bytes 33243 tot 34279.