Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AK3697.

2.10 Het hof heeft geoordeeld dat de bewoordingen van art. 5 reeds op zichzelf beslissend zijn en dat andere mogelijke gezichtspunten, zoals in het bijzonder de bedoeling van partijen, daarom niet aan de orde komen. Dit (met onderdeel 2.2 bestreden) oordeel impliceerde dat het hof de in onderdeel 2.4 bedoelde gezichtspunten en hetgeen de vrouw in verband daarmee heeft aangevoerd, niet in aanmerking behoefde te nemen. Zoals hiervóór (onder 2.3-2.6) reeds uiteengezet, meen ik dat onderdeel 2.2 slaagt. Vernietiging op die grond zal meebrengen dat opnieuw over de uitleg van art. 5 moet worden geoordeeld; daarbij moeten, voor zover het over en weer door partijen gestelde daartoe aanleiding geeft(27), naast de tekst van de bepaling ook andere gezichtspunten in aanmerking worden genomen. De onderdelen 2.4 en 2.5 behoeven bij die stand van zaken geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cd5ea7bb68a3c14462b4c3f21f19f144ccccc8f80901b914734aec09edf1d65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cd5ea7bb68a3c14462b4c3f21f19f144ccccc8f80901b914734aec09edf1d65, en de alinea staat in dat document op bytes 23469 tot 24351.