Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AK3697.
13 Zie in dit verband ook Asser-Hartkamp 4-II (2001), nr. 285: "De opvatting dat alleen onduidelijke wilsverklaringen uitleg behoeven is onjuist. Van elke wilsverklaring kan de betekenis eerst door uitleg worden vastgesteld." Zie voorts A.R. Bloembergen, C.C. van Dam, Jac. Hijma en W.L. Valk, Rechtshandeling en overeenkomst (2001), nr. 266: "Dat uitleg aan de hand van de wilsvertrouwensleer dient te geschieden, brengt mee dat de bewoordingen waarin de overeenkomst zijn vervat, op zichzelf nooit beslissend zijn. (...) Betoogt een partij dat zij in de gegeven context de overeenkomst anders mocht opvatten dan voor de hand schijnt te liggen, gezien de betekenis die aan de bewoordingen van de overeenkomst naar het gewone spraakgebruik toekomt, dan zal de rechter die het geschil beslist, er zich derhalve niet met een beroep op de letter van de overeenkomst van mogen afmaken; hij zal de juistheid van dat betoog moeten onderzoeken."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1cd5ea7bb68a3c14462b4c3f21f19f144ccccc8f80901b914734aec09edf1d65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1cd5ea7bb68a3c14462b4c3f21f19f144ccccc8f80901b914734aec09edf1d65, en de alinea staat in dat document op bytes 27000 tot 27951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1cd5ea7bb68a3c14462b4c3f21f19f144ccccc8f80901b914734aec09edf1d65 | shasum -a 256