Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AK8321.
b. uit die omstandigheden had [eiser] kunnen afleiden dat [verweerster] vooralsnog in de woning wilde blijven wonen. Het lag voor de hand dat hij haar "daarover" aansprak. Als hij niet van de wettelijke termijn op de hoogte was, heeft hij [verweerster] in de woning gedoogd. Was hij daarvan wél op de hoogte dan rijst de vraag of hij daarover heeft mogen zwijgen. Een vraag die "niet zonder meer ondubbelzinnig te beantwoorden" is. Het zich pas vijf maanden na het verstrijken van de termijn tot [verweerster] wenden is "te laat om in redelijkheid nog een beroep op overschrijding van de termijn (...) te kunnen doen" (rov. 4.4). In de laatste alinea van rov. 4.5 wordt nog een ondersteunend argument voor deze redenering gegeven;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5338b86efca7002cea5b58b0932a804d5b62ae1fe6bfb8f21b333b31ad443983. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5338b86efca7002cea5b58b0932a804d5b62ae1fe6bfb8f21b333b31ad443983, en de alinea staat in dat document op bytes 9402 tot 10146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5338b86efca7002cea5b58b0932a804d5b62ae1fe6bfb8f21b333b31ad443983 | shasum -a 256