Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AK8321.

4.15.2 Dat ligt m.i. ook voor de hand. Eenmaal aangenomen - zoals Uw Raad heeft gedaan - dat een ná zes maanden ingestelde vordering, behoudens hoogst bijzondere omstandigheden, niet kán leiden tot voortzetting van de huurovereenkomst tussen de achtergeblevene en de "verhuurder" kan moeilijk worden aanvaard dat tijdelijke voortzetting wel kan worden bewerkstelligd door het instellen van een in beginsel kansloze vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5338b86efca7002cea5b58b0932a804d5b62ae1fe6bfb8f21b333b31ad443983. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5338b86efca7002cea5b58b0932a804d5b62ae1fe6bfb8f21b333b31ad443983, en de alinea staat in dat document op bytes 17999 tot 18440.