Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL3530.

9. Mij dunkt dat de steller van het middel zodoende zelf duidelijk heeft gemaakt waarom de klacht geen doel kan treffen. Het uitzonderlijke karakter van de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie als sanctie op overschrijding van de redelijke termijn brengt mee dat het feitelijk oordeel dat zich een, tot die sanctie aanleiding gevende, buitensporige overschrijding van de redelijke termijn heeft voorgedaan in cassatie slechts stand zal houden indien het op overtuigende wijze is onderbouwd. Het oordeel dat zich weliswaar een overschrijding van de redelijke termijn heeft voorgedaan, maar niet een zodanig grove dat van de hoofdregel - strafvermindering is de aangewezen sanctie - moet worden afgeweken, behoeft uiteraard niet in dezelfde mate met feiten te worden onderbouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6738e736924a0dfd6823849250a4e8f4a38709c86083287524efb4cec10e83f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6738e736924a0dfd6823849250a4e8f4a38709c86083287524efb4cec10e83f, en de alinea staat in dat document op bytes 9405 tot 10214.