Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 oktober 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL3530.

16. Aldus is de verwijzing naar die in een andere procedure nog te berechten feiten aan te merken als een nadere aanduiding van de omstandigheden waaronder de aan 's Hofs oordeel onderworpen feiten zijn begaan, de gevolgen daarvan en de persoon van de verdachte, vgl HR DD 90.146. Anders dan de steller van het middel meen ik niet dat hiermee een inbreuk is gemaakt op de in art. 6, tweede lid, EVRM neergelegde regel dat eenieder tegen wie een strafvervolging is ingesteld voor onschuldig gehouden dient te worden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6738e736924a0dfd6823849250a4e8f4a38709c86083287524efb4cec10e83f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6738e736924a0dfd6823849250a4e8f4a38709c86083287524efb4cec10e83f, en de alinea staat in dat document op bytes 14953 tot 15534.