Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL6828.
Ingevolge artikel 14j maakt de beslissing op een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf deel uit van de uitspraak op het strafbare feit, waardoor beide zaken een niet meer te scheiden eenheid opleveren. Nu, zoals in het onderhavige geval, de vordering tot tenuitvoerlegging nog in appèl voorwerp van behandeling is en dus feitelijk al aan de rechter is voorgelegd, kan de officier van justitie, zolang niet onherroepelijk over de vordering is beslist, dezelfde vordering niet ook nog aan een andere rechter ter beoordeling voorleggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c, en de alinea staat in dat document op bytes 7936 tot 8516.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c | shasum -a 256