Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL6828.
23. Een met de gang van zaken in de onderhavige zaak vergelijkbaar voorbeeld kan dat illustreren. Verdachte loopt in een proeftijd wegens een veroordeling ter zake van onder meer diefstal met geweld. De verdenking ontstaat dat hij opnieuw aan een dergelijk feit heeft deelgenomen. Hij wordt daarvoor vervolgd en volstrekt begrijpelijk vordert de officier van justitie tevens de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. De rechtbank spreekt verdachte vrij en wijst dientengevolge de vordering tot tenuitvoerlegging af. Terwijl nog niet beslist is op het hoger beroep van de officier van justitie ontstaat een nieuwe verdenking van diefstal met geweld. Stel dat de officier van justitie hier niet opnieuw de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf zou mogen vorderen, hoewel het feit daar alle aanleiding toe geeft. Het gevolg daarvan zou zijn dat, als het Hof bijvoorbeeld de verdachte in de eerste zaak ook zou vrijspreken, terwijl in de tweede zaak wel een veroordeling volgt, er geen tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf mogelijk is, hoewel verdachte de algemene voorwaarde heeft overtreden op een wijze die daartoe alle aanleiding geeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c, en de alinea staat in dat document op bytes 21513 tot 22690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c | shasum -a 256