Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL6828.

24. Gelet op het voorgaande meen ik dat het de officier van justitie in eerste aanleg vrijstond nogmaals een vordering tot tenuitvoerlegging in te dienen, op basis van een voorwaardelijk opgelegde straf, welke reeds eerder in een andere strafzaak aan de orde was geweest, maar daar niet tot een onherroepelijke toewijzing had geleid. Het Hof heeft het verweer dat de officier van justitie niet-ontvankelijk zou zijn in zijn vordering tot tenuitvoerlegging terecht en op goede gronden verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1af751fe0943feb7c25602541b6a9f5a2721ff9999de90a034b140c7c6ba597c, en de alinea staat in dat document op bytes 22710 tot 23217.