Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Alinea 82 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL7043.
2.24 De subonderdelen 2.1 tot en met 2.4 kunnen naar mijn mening niet tot cassatie leiden, omdat op grond (althans naar analogie) van het vierde lid van (het ook door het hof van overeenkomstige toepassing geachte) art. 7:10 Awb moet worden aangenomen, dat aan een verder uitstel van een beslissing op bezwaar in de zin van die bepaling niet in de weg kan staan dat de instemming van anderen dan belanghebbenden in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb ontbreekt of de belangen van deze anderen zich tegen een verder uitstel verzetten; Sotel heeft, zoals hiervoor al aan de orde kwam, slechts een afgeleid belang en is geen belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb (zie hiervóór onder 2.2). Overigens behoefde de gemeente niet reeds op grond van de uitspraak van de bestuursrechter van de onhoudbaarheid van de aanwijzing uit te gaan en was het mijns inziens op zichzelf niet ontoelaatbaar dat de gemeente in haar onderhandelingen met de Rabobank aanleiding zag om (met kennelijke instemming van de Rabobank) een nieuwe beslissing op bezwaar voorshands op te schorten en deze eerst na ruim een jaar te nemen. Wat dit laatste betreft, is nog van belang dat de gemeente er in de feitelijke instanties op heeft gewezen dat in het bijzonder de ontwikkelingen in de civiele procedure tussen Sotel en de Rabobank het wenselijk maakten de bezwaarprocedure, ondanks de lopende onderhandelingen tussen de gemeente en de Rabobank, alsnog met een nieuwe beslissing op bezwaar af te ronden. Terwijl de gemeente en de Rabobank (althans volgens de gemeente) ervan waren uitgegaan dat de civiele procedure, los van de uitkomst van de bezwaarprocedure, tot de door Rabobank gevorderde ontbinding van de overeenkomst tussen haar en Sotel zou kunnen leiden, maakte de civiele rechter (de rechtbank Breda) bij tussenvonnis van 3 april 2001(27) de uitkomst van de civiele procedure van het uiteindelijke lot van de aanwijzing in de bestuursrechtelijke procedure afhankelijk. Dat toepassing van de Wvg reeds gesloten overeenkomsten kan frustreren, is ten slotte inherent aan het wettelijke voorkeursrecht, dat slechts in bepaalde gevallen toepassing ten aanzien van reeds gesloten overeenkomsten mist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90dc02dba5adb6c3dc3fce48a42268ca5ab2154d29a182429ac449fcc566fabb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90dc02dba5adb6c3dc3fce48a42268ca5ab2154d29a182429ac449fcc566fabb, en de alinea staat in dat document op bytes 48107 tot 50302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/90dc02dba5adb6c3dc3fce48a42268ca5ab2154d29a182429ac449fcc566fabb | shasum -a 256