Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL7043.

2.29 Onderdeel 1 berust in zijn beide subonderdelen op de veronderstelling dat het hof (impliciet) heeft geoordeeld dat art. 5 Wvg op vordering van Sotel toepassing zou kunnen vinden, als zou komen vast te staan dat het aanwijzingsbesluit vanaf den beginne niet aan de wettelijke vereisten van art. 8 Wvg voldeed (subonderdeel 1a), dan wel aan de vereisten van art. 5 lid 1, eerste volzin, Wvg zou zijn voldaan (subonderdeel 1b). Deze veronderstelling mist feitelijke grondslag. In het bestreden arrest ligt mijns inziens besloten dat een op art. 5 Wvg gebaseerde vordering ook dan niet zou kunnen slagen, als zou vaststaan dat het aanwijzingsbesluit vanaf den beginne niet aan de wettelijke vereisten van art. 8 Wvg voldeed; voorts impliceert het arrest geen enkel oordeel over de toewijsbaarheid van een op art. 5 Wvg gebaseerde vordering van Sotel, niet-belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 1 Awb, indien overigens aan de vereisten van art. 5 lid 1, eerste volzin, Wvg zou zijn voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/90dc02dba5adb6c3dc3fce48a42268ca5ab2154d29a182429ac449fcc566fabb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 90dc02dba5adb6c3dc3fce48a42268ca5ab2154d29a182429ac449fcc566fabb, en de alinea staat in dat document op bytes 52978 tot 53985.