Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AL7074.

1.6. [Verweerders] hebben afzonderlijk hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Amsterdam. [Eiser] heeft in beide zaken incidenteel geappelleerd. De rechtbank heeft beide zaken gevoegd en uitspraak gedaan op 17 april 2002. Anders dan de kantonrechter, is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vaststaan dat de huurovereenkomsten tussen [eiser] enerzijds en [verweerders] anderzijds zijn aangegaan met het oogmerk deze ruimte als woonruimte te verhuren. De rechtbank heeft de eindvonnissen van de kantonrechter vernietigd en in conventie slechts de vordering tot teruggave van de afgevoerde goederen toegewezen. In reconventie heeft de rechtbank [eiser] veroordeeld tot ontruiming van de desbetreffende zolderkamers en tot betaling van een vergoeding van € 61,26 per maand aan [verweerder 1] resp. € 136,13 per maand aan [verweerster 2], telkens vanaf 1 oktober 1997 tot de dag waarop [eiser] de zolderkamer feitelijk zal hebben ontruimd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d386e5dcd16bc00b8c037bdebec5dd6ba65edadb8d234da37bdf39ae4cdcbfc6, en de alinea staat in dat document op bytes 9737 tot 10698.